Beknopte begrippenlijst (jargon) & Technische termen

Op deze pagina is een overzicht van veelgebruikte technische termen en begrippen te lezen die bij STIJL 2000 gebruikt worden.

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

A

Anodiseren: een extra oppervlaktebehandeling om o.a. aluminium te voorzien van een anticorrosie beschermlaag in bv. kustgebied.

Afschot: de mate van afloop/schuinte van een dak(beschot).

Afwatering onderuit: let op; kun je alleen toepassen als de onderzijde van de onderdorpel van het kozijn vrij blijft bv. bij raamdorpelstenen.

Anker: Gegalvaniseerde stalen strip waarmee een kozijn aan een muur of spouwlat bevestigd wordt.

Anker montage: montage waarbij het kozijn d.m.v. ankers gemonteerd wordt, zodat deze te allen tijde kan blijven werken en er geen druk ontstaat op het kozijn (en er geen gaten door de gegalvaniseerde stalen kern geboord hoeven te worden).

B

Bandbediening: manuele bediening van een zonwering, screen of rolluik d.m.v. een trekband.

Beslag: De uiterlijke afwerking van het hang- en sluitwerk. Naast het standaard beslag zijn er opties in kleuren en materialen.

Betonpoer: een beton gegoten blok bedoeld als fundering om de krachten uit een bouwwerk op te vangen en er voor te zorgen dat het bouwwerk, bv. een verandadak, niet kan opwaaien bij zeer harde wind.

Boeiboord: Verbrede bovenrand van bv. een dakkapel of uitbouw voor de afwerking van de constructie.

Blind (verdekt) beslag: Dit beslag is in gesloten toestand niet zichtbaar. Het is verwerkt in de sponning. Voordeel: geen opvallende scharnieren, plaatjes en kapjes in het zicht bij de ramen en kozijnen.

Blinde vernageling: onzichtbare bevestiging door middel van schroeven of nagels bij bv. Rockpanel en Keralit.

Bovendorpel: Het horizontale deel aan de bovenkant van een kozijn.

Bovenlicht: dit is een onderdeel van een kozijn boven een deur of pui bedoelt om de hoogte te overbruggen bij een deur of draaideel en kan voorzien worden van een valraam of vast glas eventueel voorzien van een rooster.

Borstwering: Halfhoog muurtje of wand van stenen, schroten, rabatdelen of panelen.

Bouwbesluit: Totale Nederlandse regelgeving m.b.t. bouwen, o.a. veiligheid, brandwerendheid en constructies waar bouwwerken aan moeten voldoen.

C

Chemisch verankeren: Het samenvoegen van constructieve bouwdelen door middel van chemische kitpatronen welke na uitharding een zeer hoge trekbelasting kunnen hebben. (dit is de beste manier van verankeren)

Compriband: Donkerkleurige met kunsthars geïmpregneerde sponsachtige band die toegepast wordt voor de afdichting van het kozijn. Het band is UV-bestendig en blijvend elastisch.

D

Dagkant: Het deel van de muursponning aan de binnenkant van de woning.

Dakgoot: Goot langs de onderzijde van een dak. De afscheiding tussen dak en gevel.

Dakhelling: de schuinte van een dak uitgedrukt in graden.

Dakopstand: Verhoogde rand rondom een plat dak.

Dagschoot: Stalen lip die achter een sluitplaat valt wanneer de deur in het slot valt. Wordt door de deurkruk weer ontgrendeld.

Daktrim: een afwerkrand van aluminium of zink (kraal) toegepast op het platte dak van een dakkapel of een aanbouw. Hieronder wordt de dakbedekking vastgezet en dekt de rand van het boeideel waterdicht af.

Dampremmende folie: hiervoor wordt bv. Miofol toegepast en zorgt ervoor dat vocht niet kan doorslaan (ademt wel).

Deurbegrenzer: dit wordt op deuren toegepast zodat deze niet kan doorslaan.

Dievenklauw: Vaste stalen pen die aan de scharnierkant van een naar buiten openslaand raam of een deur bevestigd wordt om te voorkomen dat bij het forceren van de scharnieren de vleugel/draaideel er uitgetild kan worden.

Dilatatie voeg: verticale voeg voor het opvangen van de gevolgen van uitzetting of krimp.

Dorpel: Horizontaal deel van een kozijn.

Drielaags glas: HR+++ Isolatieglas waarbij 3 glasplaten in combinatie met 2 spouwen zorgen voor de hoge isolatie waarden (U 0.6)

Draaiend deel: Bewegend deel binnen een kozijn (raam of deur).

E

EPDM afdichting: (Ook wel APTK rubber) Zeer duurzaam synthetisch rubber.

G

Gording: Horizontale draagbalk van een dakconstructie gecombineerd met een slaper t.b.v. de verticale draagconstructie.

H

H balk: Stalen balk in de H vorm ter ondersteuning van een gevel of verdieping.

HPE Dorpel: Zeer duurzaam gegoten composietmateriaal als kunststeen dorpel. Onder andere toegepast onder deuren en schuifpuien.

HR++ glas: modern en tegenwoordig standaard toegepast isolatie(dubbel)glas waarbij de met argongas gevulde spouw zorgt voor een hoge isolatie waarde.

I

Intrekken: Het vanaf de buitenkant monteren van een nieuw kozijn in een nieuw aan te brengen stelkozijn. Soms wordt het nieuwe kozijn in het bestaande kozijn ingetrokken bv. bij dakkapelrenovatie.

K

Kalf: Horizontaal deel binnen het kozijn, wordt ook wel tussendorpel genoemd.

Keralit: Van Renolite folie voorzien, op hout gelijkend, kunststof deel toegepast als gevelbekleding of borstwering. Voorzien van KOMO-attest met productcertificaat.

Kozijn: Uit stijlen en dorpels opgebouwd raamwerk waar glas, panelen, ramen of deuren in aangebracht kunnen worden.

Koppelen: Het horizontaal of vertikaal aan elkaar monteren van twee of meerdere kozijnelementen dmv koppelingsprofielen. Soms is dit technisch noodzakelijk, soms is dit esthetisch fraaier.

Koppelprofiel: Een profiel waarmee 2 kozijnen aan elkaar gekoppeld worden (toegepast bij vliesgevels en grote of samengestelde gevelelementen).

K-waarde: isolatie(verlies)waarde van het glas.

L

Lasnaad: Kunststof kozijnen kunnen in elkaar worden geschroefd of gelast. Daar waar de kozijndelen gelast zijn is een waterdichte naad zichtbaar. Dit is in de hoeken van het kozijn en daar waar tussenstijlen en -dorpels verbonden zijn met het kozijn.

Latei: Betonnen of stalen balk direct boven een kozijn ter ondersteuning van buiten- en/of binnenmuur.

L balk: Gegalvaniseerde of gemeniede stalen balk die een rechte rollaag draagt.

M

Maaiveld: Bovenkant of oppervlakte van het terrein dat aansluit op de woning

MDF: In een droogprocedé onder hoge druk en temperatuur geperst plaatmateriaal, gemaakt van houtvezels met synthetische harsen In diverse kwaliteiten voor diverse toepassingen leverbaar.

Mechanisch verankeren: Verankering door middel van een keilbout, veelal toegepast bij het samenvoegen van delen waar een kleinere trekkracht van toepassing is.

Meerkamersysteem kozijn: het aantal kamers in het kozijn profiel bepaald naast de geluid, warmte en koude isolatie ook de stijfheid van het kozijn.

Moffelen: Het harden van lakken en coatings op aluminium profielen in een speciale oven (ook wel brandverven genoemd). De lak wordt hierdoor zeer duurzaam.

Monocommando bediening: een handbediende draaistang voor de bediening van zonwering, screen of rolluik.

MRPI: Milieu Relevante Product Informatie.

N

Neggekant: Het deel van de muursponning aan de buitenkant van de woning.

Nachtschoot: Vergrendeling bij deuren, door handgreep of sleutel in werking te stellen.

Nop: Kunststof afdekkapje over een schroef vaak toegepast bij Trespa buitenafwerking.

O

Olive: de handgreep aan de binnenzijde van een kunststof of aluminium kozijn.

Onderdorpel: Horizontaal deel aan de onderkant van een kozijn.

Op(uit)klossen: Het recht- en vastzetten (stellen) van de beglazing m.b.v. kunststof plaatjes/blokjes.

Overslag: Het niet gelijk zijn van de profielbreedte van het kozijn: buitenkant is breder in tegenstelling tot stomp.

Osmose: Het zich wederzijds vermengen van twee vloeistoffen door een poreuze wand heen.

P

Paddenstoelnok: Sluitnok die door zijn speciale vorm achter de sluitplaat haakt waardoor een extra inbraakpreventieve sluiting tot stand komt.

Peilhoogte: De bovenkant van de afgewerkte begane grond vloer

Penant: Gemetselde steunpilaar tussen twee openingen in een gevel.

PKVW: Politiekeurmerk Veilig Wonen®.

Prefab: het vooraf in de fabriek vervaardigen van maatwerkproducten zoals een dakkapel of aanbouw.

Profielcilinder: een gecertificeerd cilinderslot in een voor/achterdeur of schuifpui.

PVC: Poly Vinyl Chloride. Hoogwaardige en duurzame kunststof die door zijn goede recyclebaarheid zeer milieuvriendelijk is.

R

Raamdorpelstenen: Mat of glimmend geglazuurde tegeltjes die aan de onderkant van een kozijn aan de buitenzijde gemonteerd worden ter bevordering van de afwatering.

Rabatdelen: Gestapelde kunststofdelen (Keralit of Swish), vaak toegepast als gevelbekleding of borstwering.

Rachel: gewolmaniseerde houten lat.

RAL kleur: Kleur voorzien van een internationaal erkend nummer om misverstanden te voorkomen.

Raveling: Constructie met balken om een opening in een dak te verstevigen, zodat de originele dak constructie in tact blijft. Wordt toegepast bij het plaatsen van een lichtstraat.

Rc-waarde: deze geeft de totale R-waarde(isolatiewaarde) van een constructie weer. (bijv. een dak van een aanbouw of dakkapel)

Renolite folie: Sterke duurzame kunststof folie toegepast op kozijnprofielen, gevelbekledingprofielen en diverse afwerkingmaterialen. Leverbaar in vele kleuren en houtstructuren.

Renovatieprofiel: Zie Verdiept profiel.

Rockpanel: Speciaal t.b.v. gevelbekleding ontwikkeld duurzaam plaatmateriaal dat gemaakt is van met kunststof versterkte geperste steenvezels.

Roeden: Horizontale en/of verticale glasonderbrekingen van aluminium of kunststof. De aluminium roeden worden in de spouw van het isolatieglas aangebracht. De roeden kunnen ook aan de buitenzijde van de ruiten geplaatst worden.

Rollaag: Verticaal (soms decoratief) gemetselde stenen als constructieve ondersteuning van de gevel boven het kozijn.

Rolnokken: Vergrendelingsysteem bij draai/kiep vleugels. Alleen in combinatie met paddenstoelnokken inbraakpreventief.

Rooilijn: De in het bestemmingsplan vastgelegde lijn die met bouwen niet mag worden overschreden (ofwel de uiterste bebouwingsgrens)

S

Schoon metselwerk: Metselwerk dat in het zicht blijft en dus uit onbeschadigde stenen moet bestaan en dient te worden gevoegd.

Schroten: Smalle houten, of op hout gelijkende kunststof delen, vaak verticaal toegepast als kozijnvulling bij vliesgevels maar ook als gevelbekleding of borstwering.

Sandwichpaneel: geïsoleerd kunststof paneel welke in een kozijn i.p.v. glas wordt toegepast (glad of met Renolite folie).

Siliconen kit: Watervaste kit en opvulmiddel voor afwerking aan de buitenkant of in vochtige ruimten.

Slagvast: De mate waarin een kunststof (PVC) kozijn bestand is tegen stoten.

Slepend dak: dak van een dakkapel welke schuin afloopt (ook wel afvallend dak genoemd).

Spant: Verticale draagbalk van een dakconstructie.

Sparing: opening.

Sponning: uitsparing in het kozijnprofiel waar glas en glaslat in gemonteerd kan worden. De sponning is de diepte van het kozijnprofiel.

Sporenkap: veelal toegepast in moderne woningbouw waarbij het gehele dak prefab wordt aangeleverd.

Spouw: De al dan niet geïsoleerde luchtruimte tussen 2 vaste wanden (muren, glas, etc.).

Spouwlat montage: het gehele oude houten kozijn wordt verwijderd.

Spiegel: Het siermetselwerk tussen een rechte bovendorpel van een kozijn en een ronde of gebogen rollaag.

Stelbeugel: Stalen beugel welke verankerd wordt aan de betonvloer en zorgt voor de juiste hoogte afstelling van een pui in bijv. een aanbouw of serre.

Stempelen: Het tijdelijk ondersteunen van bouwdelen. bijv. een gemetselde gevel waar een doorbraak wordt gemaakt, zodat de delen worden ondersteund en de constructie intact blijft.

Stijfheid: De mate waarin een kozijn op (wind)kracht meegeeft.

Stijl: Verticaal deel van een kozijn of raam.

Stijl & regelwerk: Houten raamwerk t.b.v. het ventilerend aanbrengen van bv. rabatdelen (zijwang dakkapel, gevelbekleding boeiboord).

Stolpstel: dubbele deuren zonder vaste middenstijl.

Stuitnaden: Zichtbare naden tussen plaatmateriaal om uitzetting bij verwarming op te vangen.

Synthetisch rubber: ook wel APTK of EPDM synthetisch rubber genoemd. Verdraagt makkelijk hoge temperaturen droogt niet uit en is extreem duurzaam.

T

Teflonspray: Duurzaam smeermiddel op teflonbasis, droogt niet uit. In tegenstelling tot smeermiddelen op oliebasis houd Teflonspray geen stof vast.

Tengel: een houten lat t.b.v. de montage van binnenafwerking bv. gipsplaat.

Tigral: een toegevoegde coating op aluminium profielen welke een extra luxe matte uitstraling geeft aan het kozijn, schuifpui, veranda of serre.

Thermische breuk: breuk van een ruit ontstaan door grote temperatuur verschillen over het oppervlak bv. door schaduwwerking.

Thermische onderbreking: interne onderbreking van het materiaal ter voorkoming van een koude (over)brug(ging).

Torderen: Onwenselijke verdraaiing langs de lengteas van een kozijnstijl of -dorpel waardoor glas moeilijk te plaatsen is en vleugels moeilijk te sluiten zijn. Ontstaat door verkeerde montage van het kozijn. Bij gebruik van ankers wordt torderen voorkomen.

Trespa: Volkern kunststof paneel, vaak gebruikt voor gevelafwerking, wordt met schroeven in achterliggend materiaal bevestigd en met noppen afgewerkt. Tegenwoordig ook te verlijmen.

Triplo beglazing: zie drielaags beglazing.

Topgevel: Tot in een punt, de nok, uitlopende gevel (bij een dakrand).

Traditioneel dak: een dak welke constructief is voorzien van gordingen en slapers (balken).

Tussendorpel: Horizontaal deel binnen het kozijn, raam of deur.

Tussenstijl: Verticaal deel binnen het kozijn, raam of deur.

U

U-waarde: (ook wel K-waarde genoemd) deze geeft de mate van isolatie van het glas aan. Hoe lager dit getal hoe beter de isolatie is.(minder warmte verlies)

V

Valraam: een raam wat alleen in een kantelstand (naar binnen) gezet kan worden en dus niet gedraaid kan worden.

Veiligheidsglas: gelaagd glas voorzien van een veiligheidsfolie welke ervoor zorgt dat de ruit(en) verkleeft blijven bij breuk ter voorkoming van letsel of inbraak.

Verdiept profiel: Een kozijnprofiel met een grotere inbouwdiepte waarbij het glas cq de ramen verder naar achteren ligt. Bouwstijl van voor 1940 (schuiframen).

Verhuisraam: kozijn uitgevoerd met dubbele ramen zonder vaste (meedraaiende) middenstijl.

Verdekt beslag: zie blind beslag.

Verstevigingkoker: Stalen profiel binnenin een kozijn, of aan de buitenzijde gemonteerd, om de stijfheid te vergroten.

Vleugel: Bewegend deel binnen een kozijn (raam of deur).

VSG glas: thermisch gehard glas.

Vulkaniseren: Dakrubber door middel van verhitting en het toevoegen van zwavel, ongevoelig maken voor hoge temperatuurverschillen. (doel; het duurzaam maken van de dakbekleding)

W

Windveer: Houten of kunststof plank langs de kant van een pannendak (bijv. bij topgevel).

Wang: Zijwand van een dakkapel.

Wig: Een beitelvormig stukje hout of kunststof waarmee men een voorwerp vastklemt.

Waterslag: Buiten 'vensterbank' van aluminium, kunststof, beton, metselwerk ter bevordering van de afwatering.

Z

Zetstuk: Een horizontaal of vertikaal op maat gevouwen (gezet) stuk aluminium tussen twee kozijnelementen in. Dit gebeurt vaak ter bevordering van het aanzicht of voor afwatering van de woning.

Zijlicht: veelal een vast glas kozijn naast een voordeur en/of achterdeur.

Zijstijl: Verticaal deel aan de zijkant van een kozijn.

  • Gratis afspraak
  • Bezoek showrooms